tussen toog en betekenis

Gepubliceerd op 15 juni 2026 om 07:00

Café de Rat. 

“Kappertje, Hans?” vraagt Paul, de barman. 

“Wat zeg je?”

“Kapper? “

Hans reageert niet. 

“Ben je naar de kapper geweest? Je haar! de Kapper?” 

Hans is 94 en hij komt zijn levenlang al in De Rat. Zijn gehoor is niet meer wat het geweest is. Paul schenkt ondertussen een biertje in. Van de meeste mensen weet hij wat ze drinken, en als je iets anders wilt, ligt er ergens in het café een stencil met de verschillende bieren die er zijn. Er staan bieren van lokale brouwerijen tussen, waar nog nooit iemand van heeft gehoord. 

“Ja, voor het eerst van mijn leven!” zegt Hans, bij wie de vraag is doorgekomen. Hij vertelt dat hij het normaal altijd zelf doet, maar hij kan er niet meer goed bij, zijn armen worden stram. 

Een vrouw met fel-blauwe ogen, naar schatting 25 jaar, is het huis ontvlucht. Ruzie met haar huisgenoot, vertelt ze Paul. Ze neemt een slok bier.  

“Hm-hm,” knikt Paul. Zijn blik dwaalt ondertussen naar de deur. Daar komt Moniek aan, hondje Henk in het kielzog. Er woont ook een poes in De Rat, die heeft het niet op Henk. Chagrijnig springt ze in een slow-motion uit de vensterbank om ergens anders naar toe te sloffen, bij Henk uit de buurt.

Moniek heeft een prachtige blauwe jurk aan. Ze heeft altijd blauwe jurken aan. “Mijn lievelingskleur,” heeft ze me ooit vertelt. “Ik wil het liefst alles in blauw.” 

Paul pakt alvast een glas en de fles jonge jenever van Bols. Jammer dat hij geen blauwe glazen heeft, speciaal voor Moniek. 

Je kunt niet alles hebben.  

Maak jouw eigen website met JouwWeb