Een mens begint diens levensreis alleen. Je wordt geboren in het midden van iets. Een politiek rustige of roerige situatie. Onder omstandigheden. Ergens, met of soms zonder familie. Soms heb je geluk, soms minder. Je hebt er geen invloed op. Dan begint je reis, in je karavaan. Groeit er langzaam een thema in je leven.
Dochter en zoon, milleniumkinderen, werden ook in het midden van iets geboren, tegelijk. Ik was iets meer dan een kwart eeuw op reis in dit ondermaanse. Ze groeiden hand in hand op. ‘Samen’ is hun startgegeven. Tikkie en Takkie gaan op stap. Tikkie en Takkie gaan naar school. Tikkie en Takkie worden puber. Tikkie en Takkie verhuizen naar Amsterdam.
In de keuken, ergens midden in ons leven. Jij, hangend op de bank, andere jij, ook hangend op de bank. Samen kletsend. Leraren doornemend, bijbanen besprekend, commentaar leverend op moeder, school, het leven in zijn algemeenheid. Lachend. Vrienden om jullie heen. “Heb jij het communistisch manifest van Carl Marx gelezen? Ik heb het net uit.” We hadden discussies die hout sneden.
“Ik red me wel!” zei je, dochter, toen je op je stepje de wijde wereld in trok. Je was drie. “Ik red me wel!” zeg ik nu, terwijl ik aan jullie denk, waar jullie nu zijn, wat jullie nu doen, of het goed gaat met jullie. Wij redden ons wel in dit leven, net als onze ouders, en hun ouders zich hebben gered.
Het is nu zaak dat jullie kinderen zich zullen redden. Dat er altijd een Midden van Iets blijft, later.
Maak jouw eigen website met JouwWeb