Hotspot Utrecht is een pleisterplaats van levensreizigers die er blijven hangen. Zoals ik. Toen ik een stad uit ging zoeken om Nederlands te studeren en voor Utrecht koos, dacht ik: 'Later ga ik weer terug naar Groningen. Voor mijn studie is Utrecht een prima oase." Dat is inmiddels 35 jaar geleden.
Of neem A, die ik al ken uit mijn studententijd, en toen woonde hij al heel lang in Utrecht. In een verscholen prieeltje tussen Dom en Academygebouw bespreken we zaken. En tussendoor komen soepele onderwerpjes als stad en leven langs.
Hij blijkt een Rotterdammer te zijn. Utrecht was de tijdelijke oplossing voor een onoplosbaar dilemma in zijn relatie. Hij was Rotterdammer, zij Driebergse. Allebei zeer gehecht aan hun geboortegrond.
Vroeg iemand in een ver buitenland waar hij vandaan kwam, dan zei hij “Uit Rotterdam.” Nooit: “Uit Nederland.” Zij was dol op bossen van Driebergen. Ze hield ervan door die bossen te dwalen, de dieren te zien. Uit Driebergen vertrek je niet. Ze kwamen er niet uit. Dus dat werd latten. Tot ook dat niet meer ging.
Het werd een consessie. “We doen voorlopig wel Utrecht,” kwamen ze overeen. “Niet ver van Driebergen, niet ver van Rotterdam, en toch ook een stad.” Hij vond dat laatste discutabel, meer een uit de hand gelopen dorp, “maar later kunnen we alsnog verhuizen naar Rotterdam, mijn geboortegrond, waar ik van houd.”
Hij zit inmiddels in allerlei besturen, het kind ging in Utrecht naar school, ze maakten vrienden voor het leven. Ook ik ben op allerlei manieren vertakt in Utrecht. Je gaat houden van je tweede liefde, je komt er niet meer weg. Tweede liefdes zijn stevige liefdes.
“In Rotterdam komt mijn graf,” zegt A stellig. “Ik zal eindigen in Rotterdam.” We nemen allebei een slok Utrechts Vandestreek bier. Op de achtergrond slaat de Domtoren.
Maak jouw eigen website met JouwWeb