Ze is zeker geen mevrouw, maar ook geen meisje. Met haar rolstoel is ze de kerk ingerold, op haar schoot ligt een bijbel met papiertjes erin. Het is een dinsdag overdag, we hebben een vergadering in de kerk. De deuren staan open. “Ik wil met iemand praten,” zegt ze. Haar stem klinkt zacht. Ik loop weg om een stoel te pakken. De echo van mijn voetstappen klinkt in de duizend jaar oude kerk, midden in de stad.
Dan krijgt ze een aanval. Ze rolt met haar ogen en haar hoofd schokt onnatuurlijk naar achter. Ik bel een ambulance. Haar adem lijkt te stokken. Na vijf minuten opent ze haar ogen. De rust keert terug in haar lijf. Ze zucht. “Ik heb dit vaker. Het is epilepsie.” Inmiddels zijn de ambulance-medewerkers binnen gekomen. Ze blijkt weg gelopen te zijn uit een inrichting. Ook is ze onlangs aangetroffen bij een een spoorbaan. Ze wordt weg gebracht. “Dit is dus de reden dat je de kerk dicht moet houden,” zegt mijn kerkbroeder.“ "Dit is de reden dat we de kerkdeuren wagenwijd open moeten zetten,” vind ik. Want als zelfs de kerk de deuren sluit voor mensen in nood, zou ze dan zijn doorgerold naar een spoorbaan? De kerk moet open zijn voor dolende zielen, om ze te helpen weer op de rails te komen. Al is dat soms ingewikkeld.
Maak jouw eigen website met JouwWeb