Het plofkoffertje op het station

Gepubliceerd op 7 juli 2026 om 09:17

Het is stil als ik gisteravond in de passage onder het station loop. Een eindje achter me loopt een dame, ik hoor het aan haar hakken. Dan zie ik plotseling, vlak voor me, helemaal in zijn eentje, een koffer staan.  

Ik loop naar de koffer. De vrouw ook. Ze heeft rood haar en een jurk. Heel veel mensen zie je voor het eerst in je leven en daarna nooit meer, en toch voel je een mooie verbinding. Eén moment dat staat voor iets groters dat er altijd al is. “Wat moeten we met deze koffer?” vraag ik me af. De vrouw weet het ook niet. “Als we naar de NS gaan, wordt dit een bommelding en staat het verkeer een paar uur stil. Dan zijn er veel mensen gedupeerd, ” zeg ik. De vrouw knikt. We vragen ons af of het een bom is. Hij staat hier vreemd, onderaan de trap van spoor vijf, alsof hij daar is neergezet. Ik ga op de grond met mijn oor aan de koffer liggen om te luisteren of ik getik hoor. Ik hoor niks. 

“Als je een bom neer wilt zetten, doe je dat tijdens spitsuur, op een plek waar veel mensen zijn.” denken we. Maar we weten ook dat een melding van deze koffer een proces in gang gaat zetten waar niemand op zit te wachten. We besluiten een paar minuten bij de koffer te blijven en dan verder te zien. 

We hebben het over vakantie, over koffers en rugzakken. Over backpacken. Ze blijkt veel te hebben gereisd, vooral in Zuid Amerika.  Ik zie het voor me. Met haar rode haar in de Andes, terwijl de condors ver daarboven rond zweven. Dan komt er een man naar beneden gerend. “Hier staat hij, gelukkig.” zegt hij. Hij pakt de koffer en rent weer naar boven. 10 seconden later horen we boven de conducteur fluiten.   

De vrouw-met-rood-haar en ik gaan ons weegs, ieder een eigen kant op. 

Maak jouw eigen website met JouwWeb