Zo de wind waait, waait de jas

Gepubliceerd op 29 juli 2026 om 07:15

Er gaat geen zeilmeisje aan mij verloren. Toch zit ik weer op de Friese meren. Het is voor de liefde. 

De Schipper, een Fries, vindt zeilen het mooiste wat er is. Hij heeft het er het hele jaar over. Midden in de winter horen we hem nog wel eens mompelen “Dat er een heerlijk windje waait, reefje erop, wow.” In de Friese ‘sudwesthoek’  weet hij alle plekken, marboeien, geheime zijmeertjes die niemand kent. Hij snapt de wind. Zodra hij op een boot zit, verschijnt er een gelukzalige glimlach op zijn gezicht die er de rest van de zeilvakantie niet af te branden is. Met wind tegen en zware slagregens zien we hem in zijn bootje over de meren varen. 

En ik? Sorry Schipper, niet gegrepen door het zeilvirus. Ik vind het gedoe, dat gehannes met de zeilen. Eén keer heb ik gezegd: “Zet die motor toch aan.” Ik zag de glimlach verdwijnen en zijn blauwe ogen werden ijzig. “De mótor aan?!” “Tuurlijk niet,” corrigeerde ik snel om een relatiecrisis voor te zijn  “Gege, ge, de motor, nee, welnee, ben je gek. We gaan natuurlijk op de wind.“  

“Dat dacht ik ook,” antwoordde de Schipper. De glimlach kwam weer terug.  “Zo de wind waait. En dan gaan. Je weet nooit waar je uitkomt.” En dat is dan wel weer een mooie levensinstelling. 

Maak jouw eigen website met JouwWeb