Aan lager wal geraakt

Gepubliceerd op 28 juli 2026 om 07:22

“We zijn aan lager wal geraakt,” zegt de Schipper vanochtend om half vijf. Hij is even naar boven geklommen vanaf ons voorondertje, waar wij slapen. “Ik opereer al jaren op lagerwal,” geeuw ik, maar hij bedoelt dit letterlijk. Iets met de wind. Hij gebruikt ook termen als ‘leizijde’ en als ik zeg dat we linksaf moeten varen, reageert hij niet, het is namelijk ‘bakboord’ . Dat vind ik ingewikkeld, want ik kijk altijd met mijn duim- en wijsvinger  wat de L is van ‘links’ en ik heb nog geen ezelsbrug voor de ‘L van links is gelijk aan Bakboord’.  Maar het geeft niet. We zijn nu toch definitief aan lagerwal geraakt.

Hij had slecht geslapen, de Schipper, bromde hij vanochtend. Ons bed in het vooronder is een soort fuik. Je voeten liggen in de punt, maar je lijf in de brede kant van de trechter. Lig je aan de stuurboordkant, (rechts, ik probeer het te leren) dan kom je er feitelijk niet meer zonder hulp uit. Ingewikkeld om uit te leggen, dus neem het maar van me aan. Gister vroeg ik of ik aan de bakboordkant mocht deze nacht. “Wat zet je in als onderhandeling?” vroeg de Schipper met een obscure blik in de ogen. Ik bracht daar tegen in dat dit geen onderhandeling is, maar een gesprek op basis van redelijkheid.  

Net, half zeven, heb ik gezwommen. Het is doodstil, ik hoor alleen de wind, het geruis van het riet en het geklots van het water. De Schipper ligt te slapen. Ik begin er aan te wennen, aan Friesland.